Simulatie van het in- en uitschakelen van naar keuze elektrische straatlantaarns of gaslantaarns.
Elektrische lantaarns: ze gaan na inschakelen langzaam feller branden. Bij uitschakelen wordt de helderheid eerst met ± 50% verminderd en vervolgens langzaam gedimd.
Gaslantaarns: ze worden ofwel allemaal gezamenlijk in- en uitgeschakeld (bij ontsteking op afstand) of na elkaar (bij handmatige ontsteking of doving met resp. een lantaarnaansteker en -blusser). Na inschakelen flakkeren ze in verschillende patronen en gaan ze langzaam feller branden. Tijdens gebruik flakkeren ze onafhankelijk van elkaar met onregelmatige tussenpozen (vanwege schommelingen in de gasdruk). Bij het doven branden ze eerst met een lagere helderheid voordat ze uitgaan.